De daslook is bij veel mensen vooral bekend als een lekkere pesto. Deze wilde plant staat echter ook mooi in de tuin. Zijn elliptische bladeren en de witte, schermvormig gerangschikte bloemen laat hij alleen zien van maart tot juni. De rest van het jaar overleeft hij als bol in de grond.
Botanisch wordt hij ingedeeld in de onderfamilie Allioideae binnen de narcisfamilie. Naast prei is hij ook verwant aan ui, knoflook en bieslook. Zijn natuurlijke verspreidingsgebied strekt zich uit van Europa tot in de Kaukasus.
Alle delen van de plant zijn eetbaar, ook de bloemen en de bollen. Voor het verzamelen van wilde daslook moeten de regionaal geldende regels worden nageleefd.

Daslook in de tuin
Het kweken van daslook in de tuin is een zorgeloze aangelegenheid. Enerzijds overleeft hij het grootste deel van het jaar als bladloze bol in de grond. Anderzijds voorziet de natuur ons in het voorjaar meestal van veel regen, zodat hij slechts zelden water hoeft te krijgen.
Wie een geschikt hoekje over heeft, kan hem daar laten verwilderen en wordt elk voorjaar voorzien van veel smakelijke bladeren.

Ideaal zijn plaatsen in de halfzon tot halfschaduw met ochtend- of avondzon. Daar behoudt de daslook zijn bladeren het langst en blijven ze mooi donkergroen van kleur.
Hij kan echter ook in de schaduw groeien. Als de bodem het vocht goed kan vasthouden, verdraagt hij ook zonnige standplaatsen. Maar er is een kanttekening: als het voorjaar erg zonnig en warm is, verbleken zijn bladeren snel of trekt hij zich eerder terug.
Allium ursinum kan zeer goed worden gebruikt als onderbeplanting van bomen en struiken, bij voorkeur van soorten die hun bladeren in de herfst verliezen.
Daslook groeit in vlakken, dat wil zeggen dat hij elk jaar enkele dochterplanten vormt en zich zo geleidelijk door de tuin verspreidt. Daar moet bij het planten rekening mee worden gehouden.

Zijn eisen aan de bodem zijn niet bijzonder. De grond moet altijd licht vochtig zijn, droogte verdraagt daslook slecht. Humusrijke tot licht lemige bodems zijn ideaal.
Vooral tijdens de groeiperiode in het voorjaar moet de grond gelijkmatig vochtig zijn. Water geven is alleen nodig als het langere tijd niet heeft geregend.
Als afgestorven plantendelen op de grond mogen verteren, is dat voldoende bemesting. Wie wil, kan in de herfst wat compost aan het bed toevoegen of organische groentemeststof door het gietwater mengen.
Daslook is winterhard tot minstens -25 °C en hoeft in deze periode niet te worden afgedekt.

Hoe daslook van het giftige lelietje-van-dalen kan worden onderscheiden
Daslook en het lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) zijn weliswaar niet aan elkaar verwant, maar bewonen dezelfde leefomgeving, namelijk lichte bossen. Daardoor kan het ongeoefende oog de twee planten gemakkelijk verwarren, vooral wanneer ze nog geen bloemen hebben gevormd.
In tegenstelling tot daslook is het lelietje-van-dalen echter giftig en niet geschikt voor verwerking in de keuken. Daarom volgt hier een vergelijking van beide soorten met de belangrijkste onderscheidende kenmerken.

Daslook vormt meestal meerdere bladeren. Zijn stervormige bloemen zijn schermvormig gerangschikt en wijzen omhoog.
Bij het lelietje-van-dalen verschijnt meestal slechts één paar bladeren. De bladeren zijn aanzienlijk steviger dan die van daslook. De klokvormige bloemen hangen aan een stengel en hun opening wijst naar beneden.
Hoe daslook van de giftige gevlekte aronskelk kan worden onderscheiden
Daslook deelt zijn leefomgeving niet alleen met het lelietje-van-dalen, maar ook met de eveneens giftige gevlekte aronskelk (Arum maculatum). Overigens ben ik deze veel vaker samen met daslook tegengekomen dan het lelietje-van-dalen.
De twee soorten zijn gemakkelijk van elkaar te onderscheiden door hun bladeren, die bij de aronskelk pijlvormig zijn.

Kenmerken: Nederlandse Planten | Fruit & Groenten |


Agapanthus sp.
Allium cepa
Allium cristophii
Allium moly
Allium neapolitanum
Allium nigrum
Allium roseum
Allium stipitatum “Mount Everest”
Allium ursinum
Allium vineale
Amaryllis belladonna
Clivia miniata
Galanthus (sneeuwklokjes)
Galanthus elwesii
Galanthus nivalis
Galanthus woronowii
Habranthus robustus
Haemanthus albiflos
Hippeastrum “Sonatini” ‘Balentino’
Hippeastrum cv.
Hippeastrum cybister “Emerald”
Hippeastrum cybister “Sumatra”
Ipheion uniflorum
Ipheion uniflorum “Wisley Blue”
Ismene × deflexa
Narcissus “Elka”
Narcissus “Tête à Tête”
Narcissus bulbocodium
Narcissus bulbocodium “Spoirot”
Narcissus cyclamineus
Narcissus elegans
Narcissus papyraceus
Narcissus poeticus
Narcissus pseudonarcissus
Narcissus tazetta “Minnow”
Nerine bowdenii
Pancratium maritimum
Scadoxus multiflorus
Sternbergia lutea
Tulbaghia alliacea
Tulbaghia violacea “Variegata”
Wat is de narcisfamilie?
Zephyranthes candida
Zephyranthes carinata