Kruidachtig struikgewas?

Met zijn sterk vertakte en filigrane scheuten lijkt de knikbloem meer op een struik dan op een kruidachtige plant.

Er is een vage gelijkenis met de bezenbrem, maar Chondrilla juncea is daar niet aan verwant.

Dat de knikbloem een meerjarige kruidachtige plant is, is goed te zien in de winter. Nu zijn namelijk alleen de basisbladeren te zien. De fijn vertakte scheuten sterven namelijk af zodra de zaden door de wind zijn verspreid.

Knikbloem basale bladeren
De basale bladeren van de knikbloem in april.

De basisbladeren lijken niet alleen op die van de paardenbloem, als lid van de grote composietenfamilie is de knikbloem ook verwant aan de paardenbloem. En trouwens ook aan cichorei, radicchio en tuinsla.

Een bijzonderheid van de knikbloem is dat hij tot de groep van de kompasplanten behoort. Deze meestal niet aan elkaar verwante planten richten hun bladeren of scheuten zo dat de oppervlakken zo min mogelijk direct door de zon worden beschenen. Vaak is dat in noord-zuidelijke richting, bijna als bij een natuurlijk kompas. Zo kunnen ze ook in sterk zonnige habitats overleven.

Knikbloem habitus
Habitus van de knikbloem vóór het begin van de bloeiperiode (april).

Chondrilla juncea is vanuit het Middellandse Zeegebied naar Midden- en Noord-Europa gekomen, maar is hier al zo lang aanwezig dat ze in sommige regio’s als inheemse soort kan worden beschouwd.

Knikbloem

De knikbloem kan meer dan een meter hoog en bijna even breed worden, maar bereikt dergelijke hoogtes vaak niet op stedelijke of verstoorde locaties. De kleine gele bloemen verschijnen van juni tot oktober. De plant groeit langs wegen, bermen, in onkruidvelden, op droge hellingen en op andere locaties.

Knikbloem langs de weg
Knikbloem langs de weg.

Kenmerken: Nederlandse Planten |

Andere planten uit de Composietenfamilie (Asteraceae)